Vanaf 1 januari 2027 vervalt de salderingsregeling en krijg je in plaats daarvan een terugleververgoeding voor elke kilowattuur die je aan het net levert. Die vergoeding moet tot 2030 minimaal 50% van het kale leveringstarief zijn. In de praktijk komt dat vaak neer op enkele centen tot ongeveer tien cent per kWh — een stuk minder dan de circa 30 cent die je nu effectief bespaart door te salderen. Hieronder lees je hoe de vergoeding is opgebouwd en waar je op moet letten bij het vergelijken van leveranciers.

Wat is een terugleververgoeding precies?
De terugleververgoeding is het bedrag dat je energieleverancier je betaalt voor stroom die je opwekt maar niet zelf verbruikt. Die stroom gaat via je slimme meter het net op en wordt apart geregistreerd. Tot en met 2026 werd die teruglevering weggestreept tegen je afname. Vanaf 2027 zijn het twee losse posten op je rekening.
Belangrijk om te begrijpen: het wettelijk minimum van 50% geldt over het kale leveringstarief. Dat is de prijs van de stroom zelf, zonder energiebelasting, zonder btw en zonder netbeheerkosten. Omdat die belastingen en heffingen een groot deel van je eindprijs uitmaken, valt de vergoeding in euro’s een stuk lager uit dan mensen vaak verwachten.
Hoe je tarief is opgebouwd
| Onderdeel | Indicatie per kWh | Telt mee voor de 50%-regel? |
|---|---|---|
| Kaal leveringstarief | € 0,10 – € 0,14 | Ja |
| Energiebelasting | € 0,10 – € 0,12 | Nee |
| Btw (21%) | afhankelijk | Nee |
| Netbeheerkosten | vast bedrag per jaar | Nee |
| Eindprijs afname | ± € 0,28 – € 0,32 | — |
Reken je dat door, dan zit een wettelijk minimale vergoeding al snel rond de 5 tot 7 cent per kWh. Sommige leveranciers bieden meer, bijvoorbeeld om klanten met zonnepanelen aan te trekken. Anderen gaan tot de bodem van wat de wet toestaat.
Terugleververgoeding versus terugleverkosten
Verwar de vergoeding niet met terugleverkosten. Dat zijn kosten die leveranciers in rekening brengen voor het verwerken van jouw teruglevering. Sinds de nieuwe regels mogen die alleen nog gebaseerd zijn op werkelijk gemaakte kosten, maar ze bestaan wel degelijk.
Je kunt dus een leverancier tegenkomen met een mooie vergoeding van 9 cent, die tegelijk hoge vaste terugleverkosten rekent. Netto ben je dan slechter uit dan bij een leverancier met 6 cent en geen terugleverkosten. Reken altijd het totaalplaatje door op basis van je eigen aantal teruggeleverde kilowattuur.
Vast of dynamisch: wat levert meer op?
Bij een vast contract weet je precies wat je per kWh krijgt. Bij een dynamisch energiecontract volgt je terugleververgoeding de uurprijs op de groothandelsmarkt. Dat betekent: op een zonnige middag in juni, wanneer heel Nederland tegelijk teruglevert, kan de prijs richting nul zakken of zelfs negatief worden.
Precies daar zit het probleem van terugleveren zonder opslag: je levert massaal terug op het moment dat je stroom het minste waard is. Met een batterij verschuif je die stroom naar de avonduren, wanneer de prijs juist piekt. Dat is het verschil tussen een paar cent en soms wel dertig cent per kilowattuur.

Zo vergelijk je leveranciers zonder verrassingen
- Vraag naar de terugleververgoeding per kWh vanaf 2027, niet naar het huidige tarief.
- Vraag apart naar de terugleverkosten: vast bedrag per maand, staffel, of per kWh?
- Controleer of de vergoeding vast of marktvolgend is.
- Kijk of er een maximum zit op het aantal kWh waarvoor je vergoeding krijgt.
- Reken door met jouw teruglevering van vorig jaar, niet met een gemiddelde.
Wat je zelf kunt doen
Hoe lager de vergoeding, hoe belangrijker het wordt om je zonnestroom niet terug te leveren maar zelf te gebruiken. Dat kan op drie manieren: verbruik verschuiven naar de middag, warmte opslaan in een boiler of buffervat, en elektriciteit opslaan in een thuisbatterij.
Een batterij van 10 kWh tilt het zelfverbruik van een gemiddeld huishouden van ongeveer 30% naar 60 tot 70%. Elke kilowattuur die je daarmee verschuift is het verschil tussen de terugleververgoeding en je inkooptarief waard. Wil je weten wat dat in jouw situatie oplevert? Plan een vrijblijvend adviesgesprek.
Waarom de vergoeding lager uitvalt dan mensen verwachten
De wet spreekt van minimaal 50 procent van het kale leveringstarief. Dat woordje ‘kaal’ doet het meeste werk. Je eindprijs per kilowattuur bestaat voor een groot deel uit energiebelasting, btw en netbeheerkosten. Die tellen niet mee.
Betaal je 30 cent per kWh, dan is het kale deel daarvan misschien 12 cent. De helft daarvan is 6 cent. Dat is het wettelijk minimum — niet de helft van wat jij betaalt, maar de helft van een veel kleiner getal.
Wat we zien bij het vergelijken van contracten
Leveranciers presenteren hun vergoeding graag als los cijfer. In de praktijk moet je drie dingen bij elkaar optellen voordat je weet waar je aan toe bent.
- De vergoeding per kWh: vast bedrag of marktvolgend?
- De terugleverkosten: vast per maand, in een staffel, of per kilowattuur?
- Een eventueel maximum aan kilowattuur waarvoor je nog vergoeding krijgt.
We komen contracten tegen met een mooie vergoeding van 9 cent en een vaste terugleverpost van 20 euro per maand. Lever je 2.000 kWh terug, dan ontvang je 180 euro en betaal je 240 euro. Netto lever je geld in. Een contract met 6 cent en geen terugleverkosten is dan gewoon beter.
Rekenvoorbeeld: dezelfde woning, twee contracten
| Leverancier A | Leverancier B | |
|---|---|---|
| Vergoeding per kWh | € 0,09 | € 0,06 |
| Terugleverkosten | € 20 per maand | geen |
| Teruglevering 2.000 kWh | € 180 | € 120 |
| Kosten per jaar | € 240 | € 0 |
| Netto | − € 60 | + € 120 |
Het verschil is 180 euro per jaar, puur door de opbouw. Vraag daarom altijd naar beide posten en reken door met je eigen teruglevering van vorig jaar.
Wat opslag hieraan verandert
Elke kilowattuur die je opslaat in plaats van teruglevert, ontsnapt aan dit hele vraagstuk. Je krijgt er geen vergoeding voor, maar je hoeft hem ook niet in te kopen. Dat scheelt het verschil tussen 6 cent en 30 cent — bijna een kwartje per kilowattuur.
Bij een gemiddeld huishouden dat 3.000 kWh per jaar teruglevert, zit daar een paar honderd euro per jaar in. Precies daarom verschuift de rekensom vanaf 2027 richting zelfverbruik.
Veelgestelde vragen
Wat is het wettelijk minimum voor de terugleververgoeding?
Tot 2030 moet je energieleverancier minimaal 50% van het kale leveringstarief betalen voor teruggeleverde stroom. Kaal betekent zonder energiebelasting, btw en netbeheerkosten. In euro’s komt dat vaak neer op ongeveer 5 tot 10 cent per kWh.
Mag mijn leverancier naast een lage vergoeding ook terugleverkosten rekenen?
Ja, dat mag, maar alleen voor de kosten die de leverancier daadwerkelijk maakt voor het verwerken van jouw teruglevering. Vergelijk daarom altijd vergoeding én terugleverkosten samen, want een hoge vergoeding met hoge kosten kan netto ongunstiger uitpakken.
Is een dynamisch contract gunstiger voor teruglevering?
Dat hangt ervan af of je kunt sturen. Zonder batterij lever je terug op zonnige middagen, precies wanneer de marktprijs laag of zelfs negatief is. Met een thuisbatterij verschuif je die stroom naar dure avonduren en levert een dynamisch contract juist meer op.
Waarom is de vergoeding zoveel lager dan mijn eigen tarief?
Omdat het minimum wordt berekend over het kale leveringstarief, niet over je eindprijs. Energiebelasting, btw en netbeheerkosten tellen niet mee. Van een eindprijs van 30 cent blijft vaak maar 12 cent kaal tarief over, en daarvan is de helft ongeveer 6 cent.
Hoe vergelijk ik twee aanbieders eerlijk?
Reken beide door met je eigen teruglevering van vorig jaar. Neem de vergoeding per kWh maal je teruggeleverde kilowattuur, en trek daar de terugleverkosten over een heel jaar vanaf. Pas dat nettobedrag zegt welk contract voordeliger is.
