Bij een thuisbatterij zie je altijd twee getallen: capaciteit in kWh en vermogen in kW. De capaciteit zegt hoeveel stroom erin past. Het vermogen zegt hoe snel die stroom eruit kan komen. Een batterij van 10 kWh met 5 kW vermogen kan dus twee uur lang 5 kilowatt leveren. Wie alleen op kWh let, komt bedrogen uit zodra meerdere zware apparaten tegelijk aanstaan.

De emmer en de kraan
De simpelste vergelijking is die van een emmer water. De capaciteit in kWh is hoeveel liter er in de emmer past. Het vermogen in kW is hoe dik de kraan is waarmee je hem vult of leegt.
Een grote emmer met een dun kraantje loopt langzaam leeg: veel opslag, maar je kunt er weinig tegelijk uit halen. Een kleine emmer met een brede kraan is in een oogwenk leeg: veel vermogen, maar snel op. Voor een thuisbatterij wil je die twee in verhouding hebben met wat je huis daadwerkelijk vraagt.
Wat is een kilowattuur (kWh)?
Een kilowattuur is een hoeveelheid energie: één kilowatt gedurende één uur. Het is dezelfde eenheid die op je energierekening staat. Een gemiddeld Nederlands huishouden verbruikt ongeveer 2.500 tot 3.500 kWh per jaar, oftewel grofweg 7 tot 10 kWh per dag.
Die dagelijkse behoefte is precies waarom batterijen van 5, 10 en 15 kWh de meest verkochte formaten zijn. Met 10 kWh overbrug je bij een gemiddeld huishouden ruwweg één avond en nacht op eigen stroom.
Let wel op het verschil tussen nominale en bruikbare capaciteit. Fabrikanten geven soms de brutocapaciteit op, terwijl het systeem een deel reserveert om de cellen te sparen. Vraag altijd naar de usable capacity en naar de bijbehorende diepte van ontlading.
Wat is een kilowatt (kW)?
Een kilowatt is vermogen: de snelheid waarmee energie stroomt. Bij een thuisbatterij zijn er eigenlijk twee vermogens die ertoe doen: het laadvermogen (hoe snel de batterij vol raakt) en het ontlaadvermogen (hoe veel de batterij tegelijk aan je huis kan leveren).
Die twee zijn niet altijd gelijk. Sommige systemen laden trager dan ze ontladen, of andersom. Bij een hybride opstelling wordt het vermogen bovendien begrensd door de omvormer, niet door de batterij zelf.
Waarom vermogen vaker knelt dan capaciteit
Reken eens mee wat er in huis kan samenvallen op een winteravond:
| Apparaat | Typisch vermogen |
|---|---|
| Warmtepomp | 1 – 3 kW |
| Elektrische auto laden (1-fase) | 3,7 kW |
| Elektrische auto laden (3-fase) | 11 kW |
| Inductiekookplaat | 2 – 4 kW |
| Wasdroger | 1,5 – 2,5 kW |
| Waterkoker | 2 kW |
| Basisverbruik huis | 0,3 – 0,6 kW |
Een batterij met 3 kW ontlaadvermogen kan die piek niet in zijn eentje dekken. Het restant komt gewoon van het net — precies op het duurste moment van de dag. Je batterij is dan nog halfvol, maar levert niet genoeg tegelijk.
Andersom geldt hetzelfde bij laden. Wek je op een zonnige middag 6 kW op, maar laadt je batterij met maximaal 3 kW, dan gaat de rest alsnog het net op tegen een lage terugleververgoeding.
Welke verhouding is verstandig?
Als vuistregel wordt vaak een verhouding van ongeveer 1 kW vermogen per 2 kWh capaciteit aangehouden. Een batterij van 10 kWh met circa 5 kW vermogen zit daarmee in een gezonde balans voor een doorsnee woning.
- Rijtjeshuis zonder warmtepomp of laadpaal: 5 tot 10 kWh met 3 tot 5 kW volstaat meestal.
- Gezinswoning met warmtepomp: reken op 10 tot 15 kWh met minimaal 5 kW.
- All-electric met warmtepomp én laadpaal: 15 tot 20 kWh met 8 kW of meer, bij voorkeur 3-fase.
- Zakelijk met piekbelasting: hier is vermogen vaak leidend, niet capaciteit.
De rol van je aansluiting en omvormer
Je batterijvermogen kan nooit groter zijn dan wat je aansluitwaarde en omvormer toelaten. Bij een 1-fase aansluiting van 35 ampère loop je rond 8 kW tegen de grens aan. Bij een 3-fase aansluiting heb je aanzienlijk meer ruimte.
Ook de hybride omvormer bepaalt mee: die verzorgt de omzetting tussen gelijkstroom uit de batterij en wisselstroom in huis, en heeft zelf een maximum. Een batterij van 10 kW achter een omvormer van 5 kW levert nooit meer dan 5 kW.
Waar je op moet letten bij offertes
- Staat er bruikbare capaciteit of brutocapaciteit in de offerte?
- Is het genoemde vermogen het continue vermogen of een piekvermogen van enkele seconden?
- Wat is het maximale laadvermogen, los van het ontlaadvermogen?
- Welk vermogen blijft beschikbaar in back-upmodus?
- Wordt het systeem begrensd door de omvormer of door je aansluiting?
Weet je niet zeker welke combinatie van kWh en kW bij jouw verbruikspatroon past? Plan een vrijblijvend adviesgesprek — we kijken naar je kwartierdata en rekenen door welke maat zichzelf terugverdient.
Wat er gebeurt als het vermogen tekortschiet
Stel: je hebt een batterij van 10 kWh met 3 kW vermogen. Op een winteravond draait de warmtepomp op 2 kW, staat de oven aan op 2,5 kW en laadt de auto met 3,7 kW. Samen 8,2 kW.
Je batterij levert er 3 van. De overige 5,2 kW komt van het net, tegen het duurste tarief van de dag. Je batterij is halfvol, je rekening loopt door. Dat is precies het scenario waar mensen achteraf spijt van krijgen.
Met 5 kW ontlaadvermogen was dat 5,2 kW gezakt naar 3,2 kW. Met 8 kW had je de hele piek gedekt. Het verschil in aanschafprijs tussen die varianten is doorgaans kleiner dan mensen denken — zeker vergeleken met een grotere capaciteit die je nooit leegtrekt.
De vuistregel die we hanteren
Als richtlijn nemen we ongeveer 1 kW vermogen per 2 kWh capaciteit. Een batterij van 10 kWh krijgt dan zo’n 5 kW. Dat is een gezonde balans voor een doorsnee woning zonder warmtepomp.
Wijk daar bewust van af als je verbruikspatroon dat vraagt. Heb je korte, hoge pieken maar een laag totaalverbruik? Dan wil je relatief veel kW en weinig kWh. Verbruik je gelijkmatig veel over de avond? Dan juist andersom.
Hoe je je eigen piek meet
Je hoeft dit niet te gokken. Je slimme meter registreert je verbruik per kwartier, en die data kun je opvragen bij je netbeheerder of uitlezen via de P1-poort.
- Vraag je kwartierdata van het afgelopen jaar op — dat is gratis.
- Zoek de hoogste kwartierwaarde in de wintermaanden.
- Kijk hoe vaak je boven de 4 kW komt, en hoe lang die pieken duren.
- Tel daar het vermogen bij op van wat je nog van plan bent: warmtepomp, laadpaal, inductie.
Met die vier gegevens is de maatvoering geen gevoelskwestie meer. We rekenen dat bij een adviesgesprek standaard door.
Piekvermogen versus continu vermogen
Let in offertes op het verschil. Sommige fabrikanten noemen een piekvermogen dat het systeem tien seconden volhoudt. Daar heb je weinig aan als je warmtepomp een uur draait. Vraag naar het continu ontlaadvermogen.
Het verschil kan groot zijn: een systeem met 8 kW piek en 4 kW continu gedraagt zich in de praktijk als een systeem van 4 kW. De piek is er voor het aanlopen van een motor, niet voor je avondverbruik.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen kWh en kW bij een thuisbatterij?
kWh is de capaciteit: hoeveel energie de batterij kan opslaan. kW is het vermogen: hoeveel energie de batterij per moment kan leveren of opnemen. Een batterij van 10 kWh met 5 kW vermogen kan dus twee uur lang 5 kilowatt leveren.
Hoeveel kW vermogen heb ik nodig?
Als vuistregel geldt ongeveer 1 kW vermogen per 2 kWh capaciteit. Heb je een warmtepomp of laadpaal, reken dan op minimaal 5 kW en bij een all-electric woning eerder op 8 kW of meer, zodat gelijktijdig verbruik niet alsnog van het net komt.
Is meer kWh altijd beter?
Nee. Een batterij die je nooit volledig leegt, verdient zichzelf niet terug. De capaciteit moet passen bij je avond- en nachtverbruik, en het vermogen bij je piekbelasting. Een te grote batterij met te weinig vermogen presteert in de praktijk slechter dan een goed uitgebalanceerd kleiner systeem.
Wat is het verschil tussen piekvermogen en continu vermogen?
Piekvermogen houdt een systeem vaak maar seconden vol, bedoeld voor het aanlopen van motoren. Continu vermogen is wat de batterij uren achter elkaar kan leveren. Voor je avondverbruik telt alleen dat laatste, dus vraag daar expliciet naar.
Hoe kom ik achter mijn eigen piekverbruik?
Vraag je kwartierdata van het afgelopen jaar op bij je netbeheerder, of lees ze uit via de P1-poort van je slimme meter. Zoek de hoogste kwartierwaarde in de wintermaanden en tel daar het vermogen bij op van apparaten die je nog wilt aanschaffen.
