Watt (W) is de internationale (SI) eenheid van vermogen: de hoeveelheid energie die per seconde wordt omgezet of overgedragen. Eén watt komt overeen met één joule per seconde. In een elektrisch systeem geldt de basisformule vermogen = spanning x stroom, oftewel 1 W = 1 V x 1 A.
Hoe watt is opgebouwd
Vermogen in watt beschrijft hoe snel arbeid wordt verricht, niet hoeveel energie in totaal wordt gebruikt. Bij gelijkstroom bereken je het vermogen door de spanning (volt) te vermenigvuldigen met de stroom (ampere). Een apparaat op 230 V dat 2 A trekt, verbruikt dus 460 W. Bij wisselstroom speelt ook de fasehoek een rol, waardoor het werkelijke vermogen in watt kan afwijken van het schijnbaar vermogen.
Watt bij thuisbatterijen
De eenheid watt geeft aan hoeveel vermogen een thuisbatterij op een bepaald moment kan leveren of opnemen. Een omvormer of batterij met een vermogen van 3.000 W (3 kW) kan op elk moment maximaal die hoeveelheid vermogen doorzetten. Dit bepaalt bijvoorbeeld of het systeem zware verbruikers zoals een warmtepomp of laadpaal kan bedienen. Het momentane vermogen staat los van de opslagcapaciteit: die wordt uitgedrukt in wattuur of kilowattuur.
Verschil met energie
Watt (vermogen) en wattuur (energie) worden vaak verward. Watt is een momentopname van snelheid, wattuur is watt vermenigvuldigd met tijd. Een verbruiker van 1.000 W die één uur draait, gebruikt 1.000 Wh oftewel 1 kilowattuur (kWh). Voor het dimensioneren van een thuisbatterijsysteem kijk je daarom altijd naar twee grootheden tegelijk: het vermogen in watt of kilowatt en de energiecapaciteit in wattuur of kilowattuur.
In productspecificaties zie je watt onder meer terug bij het laadvermogen, het ontlaadvermogen en het piekvermogen van een batterij. Hoe hoger het vermogen in watt, hoe meer apparaten tegelijk kunnen worden gevoed, mits de aansluiting en de installatie dat toelaten.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen watt en wattuur?
Watt (W) is vermogen: de hoeveelheid energie per seconde. Wattuur (Wh) is energie: watt vermenigvuldigd met de tijd in uren. Een verbruiker van 1.000 W die een uur draait, gebruikt 1.000 Wh.
Hoe bereken je het vermogen in watt?
Bij gelijkstroom vermenigvuldig je de spanning in volt met de stroom in ampere: 1 W = 1 V x 1 A. Een apparaat op 230 V dat 2 A trekt, verbruikt dus 460 W.